Het is ochtend op een doordeweekse dag. We zijn net wakker en uit één van de andere kamers komt een hulp roep mijn kant op. Broer en Zus hebben ruzie en er wordt geslagen. Ik heb een hekel aan (lichamelijk) geweld en er is altijd een andere weg. Als ik in de slaapkamer kom, worden er wederzijds trappen en meppen uitgedeeld. Ik spring tussenbeide en ben boos omdat de kinderen opgaan in de vastzittende energie. Manlief reageert vanuit de badkamer dat het lekker gaat deze morgen.
Als we allemaal beneden zijn, ik beide verhalen aangehoord heb en de rust is teruggekeerd voel ik pijn in mijn nek en schouders. Ik vraag Manlief of hij kan zien waarom ik 'ineens' pijn in mijn nek voel. Hij zegt dat het door de ruzie van de kinderen komt. De link is juist, maar ergens voel ik dat er iets niet klopt. Het is mijn pijn. Ik mag weer op onderzoek uit in mezelf.
Er is rust in huis. Iedereen is weg en de hond slaapt. Ik heb de vrede weer in mijn hart en voel me goed. Wat wilde mijn lichaam mij vertellen? Ik bekijk de situatie nog een keer. Wat had ik anders kunnen doen? Ik ben boos geworden in mij, al was het kort. Maar de woede in mij heeft de pijn veroorzaakt. Ik stond niet meer in mijn kracht, ik was mijn vrede kwijt en mijn ego had de overhand. De pijn heeft mij een prikkel gegeven om wél mijn vrede te bewaren. Dat het allemaal zo mooi werkt, de verbindingen in mij. Mijn lichaam wijst mij haarscherp de weg!
Wat ik anders kan doen? De ruzie voortaan laten voor wat het is en niet in de energie meegaan. De energie losmaken door de kids uit elkaar te halen en aangeven dat ik met allebei zal praten, zodat de kids hun verhaal kwijt kunnen en zich gehoord voelen. Ouder zijn als leerweg.
Hoi Suzanne, Wat een helder en herkenbaar verhaal. De uiteindelijke oplossing, in liefde uitelkaar halen en aangeven met beide te gaan praten, vind ik mooi en ga deze zeker toepassen.
BeantwoordenVerwijderenga zo door ik lees je verhalen met veel plezier.
Arnold